lachkramp

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pijnlijke, niet te stoppen lachbui
    Mijn alibi is waterdicht: ik had die avond een optreden. Voor een zaaltje met tweehonderd man potentiële getuigen. Net als ik een lachkramp onderdruk bij het beeld dat de politie alle bezoekers verhoort, komt het verlossende woord: „U bent slachtoffer van pinpasfraude.” Een dag later een brief: ik krijg de ‘frauduleuze transacties’ vergoed en hoef „zelf geen actie te ondernemen”. NRC Christiaan Weijts 2 oktober 2008 [https://www.nrc.nl/nieuws/2008/10/02/frauduleus-11616417-a502744 Frauduleus]

Vertalingen

Engelscompulsive laughing