lachspier

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spier die gebruikt wordt om te lachen, gevoel voor humor
    Ik kon mijn lachspieren niet meer in bedwang houden.
    Ze heeft minder goed ontwikkelde lachspieren.
  2. op de ~ werken: aan het lachen maken, lachwekkend zijn
    Zijn gitaargepingel werkt enkel op mijn lachspieren.