ladder

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlɑdər/

Wat is de betekenis van ladder?

ladder betekent: (gereedschap) houten of metalen voorwerp met treden om makkelijk op hoger gelegen plaatsen te komen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) houten of metalen voorwerp met treden om makkelijk op hoger gelegen plaatsen te komen
  2. muziek (muziek) verkorting van toonladder
  3. langwerpige beschadiging van een nylonkous

Voorbeelden van "ladder" in een zin

  • En daar staan we weer voor de strijd uitgerust, dacht Albert, klaar om het schavot te beklimmen (zo werd de ladder genoemd die ze gewoonlijk gebruikten om de loopgraaf uit te komen, over perspectief gesproken) en dan met het hoofd vooruit op de vijandelijke linies af te stormen. {{Aut|Lemaitre, Pierre
  • Ze voelt zich heel klein onder aan de lange, smalle ladder die vanaf de begane grond langs vijf volle verdiepingen met haar mans voorraden loopt.
  • Ze voelt zich heel klein onder aan de lange, smalle ladder die vanaf de begane grond langs vijf volle verdiepingen met haar mans voorraden loopt.
  • Ze leek heel vrolijk en zei alleen verdorie, als in het voorbijgaan, toen ze onderweg op de trap een ladder in haar kous ontdekte.

Etymologie

*van Middelnederlands "ladere", in de betekenis van ‘trap’ aangetroffen vanaf 1317

Vertalingen

Engelsladder
Franséchelle
DuitsLeiter
Spaansescalera, escalera de mano
Turksmerdiven