laden

/ˈladə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) van een lading voorzien
    A. Het laden van het schip duurt nog maar een halve dag.
    B. Voor we op patrouille gaan laden we de wapens met scherpe munitie.
    C. Na het laden van een nieuw programma en data werkt de machine weer als vanouds.
  2. ov, natuurkunde (ov), (natuurkunde) van elektrische energie voorzien
    Op het terrein zijn aansluitpunten om de accu van uw fiets of auto bij te laden.

Etymologie

*Verwant met het Oudhoogduitse hladan, Gotische hlathan, Oudslavische klasti, Litouwse kloju.

Vertalingen

Engelsload, charge
Spaanscargar, cargar
Turksyüklemek, şarj etmek, doldurmak
Poolsładować, ładować