lam

onzijdig (het)/lɑm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) jong van het schaap
    De brief De grijze valk en het zwarte lam Er zijn van die mensen die je leven verrijken, die iets doen of zeggen watje bijblijft.
    Toen mijn foto van de valk en het lam in het bad zichtbaar werd, zag ik pas dat zowel de valk als het lam direct in de camera keek en dat de foto bijzonder was.
  2. dierkunde (dierkunde) jong van een geit

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "lam" / "lamb" van Oudnederlands "lamp", in de betekenis van ‘jong van een schaap’ voor het eerst aangetroffen in 701 Categorie:Meervoud in -eren

Uitdrukkingen

  • Een dood kind met een lam handjeEen nietswaardige zaak.

Vertalingen

Engelslamb, lame, smashed
Fransagneau, boiteux, bancal
DuitsLamm, Lammfleisch, gelähmt
Spaanscordero, cojo
Italiaansagnello
Portugeesanho
Turkskuzu
Poolsjagnię
Zweedslamm
Deenslam