lama
mannelijk (de)/ˈlama/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) soort eeltpotig zoogdier dat van nature voorkomt in Zuid-Amerika
- (religie) boeddhistische priester
voornaamwoord
- waarom bij het in Nederlands weergeven van Hebreeuws en Aramees uit de Bijbel
Etymologie
*[vragend voornaamwoord] למה
Vertalingen
Engelsllama
Franslama
DuitsLama
Spaansllama
Italiaanslama
Portugeeslhama
Russischлама
Japansラマ, リャマ
Arabischشتر بیكوهان
Turkslama
Poolslama
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek