landbouw

mannelijk (de)/ˈlɑntbɑuw/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) het cultiveren van land voor het voortbrengen van voedsel en andere nuttige producten
    Er zijn drie beroepssectoren, namelijk de landbouw, de industrie en de diensten.[http://www.referentiemateriaalvo.noordhoff.nl/pleinm/1kgt/REF/1/hs80.html Katern A - Hoofdstuk 2 - Arm en rijk], Plein M

Vertalingen

Engelsagriculture, farming
Fransagriculture
DuitsLandwirtschaft
Spaansagricultura
Italiaansagricoltura
Turkstarım, ziraat, çiftçilik
Poolsrolnictwo
Zweedsjordbruk
Deenslandbrug