landgoed

onzijdig (het)/ˈlɑntxut/

Wat is de betekenis van landgoed?

landgoed betekent: een groot landhuis met een uitgestrekt gebied dat als één geheel beheerd wordt, meestal door de landgoedeigenaar

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een groot landhuis met een uitgestrekt gebied dat als één geheel beheerd wordt, meestal door de landgoedeigenaar

Voorbeelden van "landgoed" in een zin

  • Ik liet mijn blik waren over het landgoed dat het hotel omgordde.
  • De restaurateur schreef het plan voor de MeyerBergman Erfgoed Groep, die het paleis in 2017 kocht. De eigenaar wil van het monument en omringende landgoed een evenementencentrum maken. Ook komen er een hotel, horeca en tientallen woningen. De inkomsten daaruit worden gebruikt voor de restauratie van het paleis.

Betekenis en uitleg van landgoed

Een landgoed is een groot stuk grond dat vaak bijzondere gebouwen, zoals een kasteel of een herenhuis, bevat. Het is meestal omringd door een fraai aangelegd park of natuurgebied en kan ook landbouwgrond of bossen omvatten.

Je gebruikt het woord 'landgoed' meestal in de context van onroerend goed of bij het beschrijven van een historisch terrein. Het kan ook verwijzen naar een luxe vakantieplek of een erfgoedlocatie. Landgoederen zijn vaak verbonden met een bepaalde geschiedenis en kunnen eigendom zijn van particulieren of stichtingen die ze onderhouden.

Voorbeelden

  • Het landgoed was ooit het domein van een rijke adellijke familie en is nu open voor het publiek.
  • Tijdens de wandeling door het landgoed ontdekten we een prachtig kasteel verscholen tussen de bomen.
  • Het landgoed werd gebruikt voor de bruiloft van het jaar, met een adembenemend uitzicht op de omliggende natuur.

Woordoorsprong

Het woord 'landgoed' is samengesteld uit 'land', wat verwijst naar grond of terrein, en 'goed', dat een waardevol bezit aanduidt. Samen duidt het op een waardevol stuk land.

Veelgestelde vragen over landgoed

Wat is de betekenis van landgoed?

landgoed betekent: een groot landhuis met een uitgestrekt gebied dat als één geheel beheerd wordt, meestal door de landgoedeigenaar

Welk woordgeslacht heeft landgoed?

landgoed is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je landgoed in een zin?

Voorbeeld: “Ik liet mijn blik waren over het landgoed dat het hotel omgordde.