landraad

mannelijk (de)/ˈlɑntrat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. orgaan dat een heerser advies geeft over het bestuur van een bepaald gebied (met name in de Duitse regio)
    De bisschoppen van Lübeck en Sleeswijk benoemden elk vijf leden van de landraad van Sleeswijk Holstein.
  2. volksvertegenwoordiging van een bepaald gebied
    De bewoners van het kanton kiezen de landraad.
  3. rechtsprekend orgaan in Nederlands-Indië
    Soekarno stond terecht voor de landraad te Bandoeng.
  4. voorzitter of lid van een landraad
    Hij werd op jeugdige leeftijd al tot landraad benoemd.
  5. bestuurder van een bepaald gebied
    Wiswe werd in 1999 tot landraad van de kreis Celle gekozen.

Vertalingen

DuitsLandrat