landraad
mannelijk (de)/ˈlɑntrat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- orgaan dat een heerser advies geeft over het bestuur van een bepaald gebied (met name in de Duitse regio)De bisschoppen van Lübeck en Sleeswijk benoemden elk vijf leden van de landraad van Sleeswijk Holstein.
- volksvertegenwoordiging van een bepaald gebiedDe bewoners van het kanton kiezen de landraad.
- rechtsprekend orgaan in Nederlands-IndiëSoekarno stond terecht voor de landraad te Bandoeng.
- voorzitter of lid van een landraadHij werd op jeugdige leeftijd al tot landraad benoemd.
- bestuurder van een bepaald gebiedWiswe werd in 1999 tot landraad van de kreis Celle gekozen.
Vertalingen
DuitsLandrat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek