landschap
onzijdig (het)/ˈlɑntsxɑp/
Wat is de betekenis van landschap?
landschap betekent: (geologie) hoe een bepaalde streek eruitziet qua geologische vormen en begroeiing
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geologie) hoe een bepaalde streek eruitziet qua geologische vormen en begroeiing
- (schilderkunst), (metonymisch) een schilderij waarop [1] het onderwerp van het kunstwerk is
- landstreek
Voorbeelden van "landschap" in een zin
- Ik liep door idyllische ‘Bob Ross’-landschappen met hoge witte bergen, verbonden door groene valleien met kabbelende beekjes en heldere meren.
- Op een tafel met een vaal gekleurd kleedje staat een vaas met droogbloemen, aan de muur hangen slecht geschilderde landschappen.
- Ik bid in stilte, terwijl ik verbeten naar het ingelijste landschap staar.
- Onder dit prachtige landschap gingen nare zaken schuil, maar het voelde niet als oorlog, niet zoals een oorlog hoorde te zijn volgens de Schlosses.
- Het was een gekke gewaarwording om na alle drukte van thuis helemaal alleen te lopen als een klein onderdeel van het landschap.
Etymologie
*afgeleid van land
Vertalingen
Engelslandscape, scenery
Franspaysage
Spaanspaisaje
Turksmanzara
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek