laryngaal
mannelijk (de)/ˌlarɪŋˈɣal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) medeklinker die in het strottenhoofd gevormd wordt, zoals de h, keelletter
Etymologie
*van het Latijnse 'larynx' (strottenhoofd)
Vertalingen
Engelslaryngeal, laryngeal
DuitsKehlkopf-
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek