laryngaal

mannelijk (de)/ˌlarɪŋˈɣal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) medeklinker die in het strottenhoofd gevormd wordt, zoals de h, keelletter

Etymologie

*van het Latijnse 'larynx' (strottenhoofd)

Vertalingen

Engelslaryngeal, laryngeal
DuitsKehlkopf-