medeklinker

mannelijk (de)/ˈmedəˌklɪŋkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) elke spraakklank waarbij de lucht niet ongehinderd door de mond naar buiten kan
    Enkele voorbeelden van medeklinkers zijn {{IPA|/b/|nld
  2. een letter die zo'n klank in schrift weergeeft
    Enkele voorbeelden van medeklinkers zijn , en .

Etymologie

* In de betekenis van ‘consonant’ voor het eerst aangetroffen in 1584

Vertalingen

Engelsconsonant, consonant
Fransconsonne
Spaansconsonante
Italiaansconsonante
Poolsspółgłoska
Deensmedlyd, konsonant