last
mannelijk (de)/lɑst/
Wat is de betekenis van last?
last betekent: iets wat een mens hindert
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets wat een mens hindert
- (transport) lading, vracht
Voorbeelden van "last" in een zin
- Ik heb erge last van hoofdpijn.
- Ik filterde zo snel mogelijk een liter water voor mijn avondmaal en zocht een wat hogerop gelegen plek in de hoop daar wat minder last van de insecten te hebben.
Etymologie
* In de betekenis van ‘vracht’ voor het eerst aangetroffen in 1122
Uitdrukkingen
- iemand heeft last van iets
- op last van — op order van|
- Het eind zal de last dragen — moeilijkheden en problemen komen vooral als het werk bijna af is
- Holland is in last
- Leiden in last zijn — een echt probleem zijn
- vaste lasten — de kosten die men iedere maand moet maken zoals de huur, hypotheeklasten, verzekeringen, abonnementen
Vertalingen
Engelsburden
DuitsBürde, Last
Poolsprzeszkoda, trudność, restrykcja
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek