leed

onzijdig (het)/let/

Wat is de betekenis van leed?

leed betekent: verdriet en pijn

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verdriet en pijn

Voorbeelden van "leed" in een zin

  • Er is hem behoorlijk wat leed aangedaan.
  • De zwarte spore van de vernedering vermenigvuldigt zich tot het er duizenden zijn, en het leed dat onder de oppervlakte heeft gesluimerd, vindt eindelijk een stem.
  • En dan had ik ook nog eens mijn handen vol gehad aan een moeder die het leed van mij, haar dochter, niet kon verdragen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘verdriet, schade’ voor het eerst aangetroffen in 1100

Uitdrukkingen

  • Buurmans leed troostdoor het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen
  • Lief en leed delenallerlei plezierige en droevige dingen met elkaar beleefd hebben
  • Iets met lede ogen aanzienjaloers zijn, iets met spijt aanzien

Vertalingen

Engelsgrief
DuitsLeid
Spaanssufrimiento
Deenskval