leeglopen

/ˈlexlopə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) geleidelijk zijn inhoud verliezen
    De band was lek en liep zachtjes leeg.
  2. intr (intr) (pejoratief) luieren

Vertalingen

Engelsdeflate, empty
Fransdégonfler
Duitsleer laufen
Spaansdesinflarse