leeglopen
/ˈlexlopə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) geleidelijk zijn inhoud verliezenDe band was lek en liep zachtjes leeg.
- (intr) (pejoratief) luieren
Vertalingen
Engelsdeflate, empty
Fransdégonfler
Duitsleer laufen
Spaansdesinflarse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek