leerhuis

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gebouw waar men onderwijs kan ontvangen
    Verzorgings- en verpleeghuis De Stoevelaar in Goor krijgt misschien nog dit jaar het eerste ‘leerhuis’. De Stoevelaar, onderdeel van de CarintReggelandgroep, onderzoekt de mogelijkheden om studenten van de ROC-opleidingen Verzorgende Beroepen, Welzijn, Sport & Beweging en Facility in dit ‘leerhuis’ een stage van twintig weken aan te bieden. Tubantia Roel Lutkenhaus 02-03-09, [https://www.tubantia.nl/overig/stoevelaar-werkt-aan-leerhuis~ab128085/ Stoevelaar werkt aan leerhuis]
  2. plaats waar men de Thora kan bestuderen
  3. theologische discussiegroep
    Het Oecumenische Leerhuis Almelo (ALO) wil eind maart een gesprek met moslims over hun wensen ten aanzien van de Nederlandse samenleving. Het gesprek dient het vertrouwen tussen moslims, christenen en niet-gelovigen in Almelo te bevorderen. Tubantia 14-01-08 [https://www.tubantia.nl/almelo/leerhuis-organiseert-gesprek-met-moslims~a5c63587/ Leerhuis organiseert gesprek met moslims]