leerkracht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlerkrɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs, beroep (onderwijs), (beroep) iemand die lesgeeft
    De leerkracht wist in de moeilijke klas goed orde te houden.

Etymologie

* Leenvertaling van Duits Lehrkraft, in de betekenis van ‘onderwijzer’ voor het eerst aangetroffen in 1905

Vertalingen

Engelsteacher
Fransenseignant, professeur
DuitsLehrkraft
Spaansdocente