leraar
Wat is de betekenis van leraar?
leraar betekent: (onderwijs), (beroep) iemand die lesgeeft
Betekenis
- (onderwijs), (beroep) iemand die lesgeeft
Voorbeelden van "leraar" in een zin
- Toen Milan na vier keer vallen niet meer durfde te springen, verweet de leraar hem voor de hele klas dat hij een lafaard was.
- Die hulp wordt geboden door een leraar of opvoeder, dat wil zeggen door een echte opvoeder.
- De leraar wist in de moeilijke klas goed orde te houden.
Betekenis en uitleg van leraar
Een leraar is iemand die kennis en vaardigheden overbrengt aan leerlingen, meestal in een schoolomgeving. Deze persoon speelt een cruciale rol in de ontwikkeling van kinderen en jongeren, en helpt hen niet alleen met leren, maar ook met persoonlijke groei.
Het woord 'leraar' wordt vaak gebruikt in het onderwijs, van basisschool tot middelbare school en verder. Het kan ook verwijzen naar mensen in andere onderwijssituaties, zoals trainers of docenten in een volwasseneneducatie. De term draagt de nuance van een autoriteit en mentor, die niet alleen lesgeeft, maar ook inspireert en begeleidt.
Voorbeelden
- De leraar legde de complexe wiskundige concepten uit op een manier die voor iedereen begrijpelijk was.
- Tijdens de ouderavond sprak de leraar enthousiast over de vorderingen van de leerlingen in zijn klas.
- Een goede leraar weet hoe hij de aandacht van zijn leerlingen kan vasthouden en hen kan motiveren om te leren.
Woordoorsprong
Het woord 'leraar' komt van het Middelnederlandse 'lerare', dat afgeleid is van het werkwoord 'leren'.
Veelgestelde vragen over leraar
Wat is de betekenis van leraar?
leraar betekent: (onderwijs), (beroep) iemand die lesgeeft
Welk woordgeslacht heeft leraar?
leraar is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van leraar?
Synoniemen van leraar zijn: leerkracht, onderwijzer, docent, instructeur, meester.
Hoe gebruik je leraar in een zin?
Voorbeeld: “Toen Milan na vier keer vallen niet meer durfde te springen, verweet de leraar hem voor de hele klas dat hij een lafaard was.”
Etymologie
*afgeleid van leren , in de betekenis van ‘onderwijzer’ voor het eerst aangetroffen in 1240