leraar
mannelijk (de)/ˈlerar/
Wat is de betekenis van leraar?
leraar betekent: (onderwijs), (beroep) iemand die lesgeeft
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (onderwijs), (beroep) iemand die lesgeeft
Voorbeelden van "leraar" in een zin
- Toen Milan na vier keer vallen niet meer durfde te springen, verweet de leraar hem voor de hele klas dat hij een lafaard was.
- Die hulp wordt geboden door een leraar of opvoeder, dat wil zeggen door een echte opvoeder.
- De leraar wist in de moeilijke klas goed orde te houden.
Etymologie
*afgeleid van leren , in de betekenis van ‘onderwijzer’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Engelsteacher
Fransprofesseur
DuitsLehrer
Spaansprofesor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek