leerling

mannelijk (de)/ˈlerlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) iemand die onderwijs volgt
    Hij was een goede leerling op de voorname Burgerdeugdschool en schreef zich als zeventienjarige in als theologiestudent.
    'Meneer Green vindt mij een briljante leerling en wil me extra lessen geven, zodat ik later kan studeren.
    De meester gaf de leerlingen een proefwerk.

Etymologie

* van leren .

Vertalingen

Engelspupil, student
Fransélève
DuitsSchüler, Schülerin
Spaansalumno, pupilo, estudiante