leerling

mannelijk (de)/ˈlerlɪŋ/

Wat is de betekenis van leerling?

leerling betekent: (onderwijs) iemand die onderwijs volgt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) iemand die onderwijs volgt

Voorbeelden van "leerling" in een zin

  • Hij was een goede leerling op de voorname Burgerdeugdschool en schreef zich als zeventienjarige in als theologiestudent.
  • 'Meneer Green vindt mij een briljante leerling en wil me extra lessen geven, zodat ik later kan studeren.
  • De meester gaf de leerlingen een proefwerk.

Betekenis en uitleg van leerling

Een leerling is iemand die onderwijs volgt en zich ontwikkelt onder begeleiding van een leraar. Het gaat niet alleen om het verwerven van kennis, maar ook om het ontwikkelen van vaardigheden en persoonlijkheid tijdens het leerproces.

Het woord 'leerling' wordt vaak gebruikt in de context van scholen en opleidingen, waar het verwijst naar jongeren die leren in een formele setting. De term kan ook breder worden toegepast op volwassenen die zich in een leerproces bevinden, zoals cursisten in een workshop. Het benadrukt de actieve rol van de persoon in het verwerven van nieuwe informatie en vaardigheden.

Voorbeelden

  • De leerling was enthousiast over de nieuwe wiskundeles en stelde veel vragen.
  • Tijdens het stageproject leerde de leerling niet alleen de theorie, maar ook hoe deze in de praktijk toe te passen.
  • De leerling kreeg complimenten van de leraar voor zijn voortgang in het leren van een nieuwe taal.

Woordoorsprong

Het woord 'leerling' komt van het werkwoord 'leren', dat te maken heeft met het verwerven van kennis en vaardigheden. Het achtervoegsel '-ling' duidt vaak op een persoon die een bepaalde eigenschap of rol heeft.

Veelgestelde vragen over leerling

Wat is de betekenis van leerling?

leerling betekent: (onderwijs) iemand die onderwijs volgt

Welk woordgeslacht heeft leerling?

leerling is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je leerling in een zin?

Voorbeeld: “Hij was een goede leerling op de voorname Burgerdeugdschool en schreef zich als zeventienjarige in als theologiestudent.

Etymologie

* van leren .

Vertalingen

Engelspupil, student
Fransélève
DuitsSchüler, Schülerin
Spaansalumno, pupilo, estudiante