leeuwenaandeel
onzijdig (het)/ˈlewə(n)ˌandel/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (figuurlijk) veruit grootste part van een verdeling, voornaamste deelDe handelsbalans tussen de beide landen in het afgelopen jaar is opgelopen tot ruim 1,2 miljard dollar. De Nederlandse uitvoer naar Turkije vormt het leeuwenaandeel: 750 miljoen dollar.
Etymologie
*, een verwijzing naar een fabel van de Oudgriekse dichter :
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek