lift

mannelijk (de)/lɪft/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) een verticaal transportsysteem voor goederen en mensen
    - De mensen zaten twee uur lang vast in de lift.
  2. natuurkunde (natuurkunde) de draagkracht van een vliegtuig
    Door het principe van Bernoulli en een wet van Newton kunnen we begrijpen hoe lift wordt geproduceerd.
  3. verkeer (verkeer) iemand gratis laten meerijden naar een plaats waar men zelf toch al naartoe moet
    Iemand een lift geven.
    Hij was, net als Scout & Frodo, een zogenaamde Trail Angel: iemand die de Pacific Crest Trail (PCT)-gemeenschap een warm hart toedraagt en de wandelaars vrijwillig een lift geeft, een bed biedt en advies en water geeft.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hijstoestel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1891

Uitdrukkingen

  • In de lift zittenSteeds beter gaan

Vertalingen

Engelslift, elevator, lift
Fransascenseur, portance
DuitsAufzug, Auftrieb
Spaansascensor, sustentación
Italiaansascensore
Japansエレベーター
Poolswinda
Zweedshiss