liftdeur

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlifdør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de automatische, stalen schuifdeur die toegang geeft tot een lift
    Gelukkig zijn de onderwerpen niet altijd bloedserieus. Ook uitspraken als ‘Van bitcoins kan je geen stokbrood kopen’, ‘Drenten gelukkigste Nederlanders in mei’ en ‘Knop die liftdeur sluit is niet aangesloten’ zijn in 2016 voor u gecheckt. De respectievelijke conclusies: grotendeels waar, ongefundeerd en onwaar. NRC Wilmer Heck 23 januari 2017
    Wie wil zien hoe onze cultuur met gewicht en gezondheid omgaat, moet in openbare gebouwen eens gaan letten op de trap. Welke trap? Meestal zit hij achter een nooduitgangachtige deur, goed verscholen voor wie achteloos binnentreedt en als door magie wordt aangetrokken door de glimmende liftdeuren. Zoef, je gaat omhoog zonder enige inspanning. Terwijl toch, kort gezegd, consequent de trap nemen deel uitmaakt van een gezond leef- en voedingspatroon. Wie rondloopt in een obesogene samenleving als de onze moet echt extra opletten. Bij de huidige dikte-epidemie is meer aan de hand dan een moreel te verwerpen vreetcultuur. NRC Hendrik Spiering 6 januari 2017