legtijd

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de periode van het jaar dat vogels hun eieren leggen en de jongen uitbroeden
    Staatssecretaris Dijksma wil het verbod op snavelkappen van leghennen drie jaar vervroegen. „Dat is niets anders dan goedkoop politiek scoren”, meent pluimveehouder Gerrit Wessels uit Enter (OV). En of het dierenwelzijn ermee gebaat is? „Snavelbehandelen is kortstondig leed, waarmee de kip voor de rest van de legperiode veel leed wordt bespaard.” Pluimveeweb 29 juni 2013 geraadpleegd 28 oktober 2018 [https://www.pluimveeweb.nl/artikelen/2013/06/snavelkapverbod/ ‘Ingreep bespaart leed in legtijd’]

Vertalingen

Engelslaying period, laying season