leguaan
mannelijk (de)/ˌleɣyˈwan/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (reptielen) naam voor hagedissensoorten uit de familie
- (scheepvaart) worstvormig stootkussen dat op de voorsteven wordt bevestigd
Etymologie
*[2] naar [1] vanwege gelijkenis in vorm
Vertalingen
Engelsiguana
Fransiguane, bourrelet
DuitsLeguan, Leguan
Spaansiguana, garrobo
Italiaansiguana
Portugeesiguano
Russischигуана
Zweedsleguan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek