leider

mannelijk (de)/ˈlɛidər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die leidt of bestuurt
    Elke goed samenwerkende groep heeft een leider nodig.
  2. een persoon of ploeg die op de eerste plaats staat in een competitie of wedstrijd
    De leider in de Ronde van Frankrijk verstevigt zijn leiderspositie door nog een etappe te winnen.

Etymologie

* van leiden

Vertalingen

Engelsleader, leader
Fransdirigeant, chef
DuitsAnführer, Führer, Leiter
Spaansjefe, director, líder