lento

onzijdig (het)/ˈlɛnto/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) muziekstuk of deel daarvan dat langzaam gespeeld moet worden, maar niet zo gedragen als een largo
    Het kwartet opus 37 van de Züricher Othmar Schoeck is muzikaler. Ouderwetser, ‘braver’, met een opvallend draufgängerische finale. Ook al weer vijfdelig en daardoor kwalijk in evenwicht: het lijkt een scherzo te kort of een lento te lang.

Etymologie

#(muziek) langzaam gespeeld (maar niet zo gedragen als largo)