levendigheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vol met leven zijnde, enthousiast, dartel, vitaliteit, animo
    Met veel levendigheid praatte de 100 jarige vrouw over haar jeugd en toen ze haar man had ontmoet.
    Allegro assai is een muziekterm die 'met grote levendigheid betekent

Etymologie

*afgeleid van levendig

Vertalingen

Spaansanimación, ardor, vitalidad