levensgroot
ˈlevənsˌxrot
Wat is de betekenis van levensgroot?
levensgroot betekent: weerɡeɡeven in de werkelijke grootte, niet met een meer gebruikelijke verkleining
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- weerɡeɡeven in de werkelijke grootte, niet met een meer gebruikelijke verkleining
- intensief heel erg groot
Voorbeelden van "levensgroot" in een zin
- Op het plein was een meer dan levensgrote afbeelding van een roos te zien.
- Natuurlijk ging het niet om echte exemplaren, maar levensgrote replica's van meer dan 50 dinosoorten. De namaakdino's brullen wel, en laten hun tanden zien of zwiepen met hun hoofd.
- De bezorgde man zag weer levensgrote problemen opdoemen.
- Syrische vluchtelingen in Gaziantep wonen vaak in slecht onderhouden, krakkemikkige gebouwen, dicht op elkaar. Het instortingsgevaar is levensgroot.
Etymologie
samenstelling van leven zn en groot bn met het invoegsel -s- , vergelijk Duits lebensgroß; in de betekenis van ‘zeer groot’ aangetroffen vanaf 1765
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek