levensloop
mannelijk (de)/ˈlevə(n)sˌlop/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de wijze waarop iemands leven zich ontwikkeltZijn levensloop is een boeiend verhaal van overwinningen en nederlagen.
- verkorting van levensloopregeling
Etymologie
* In de betekenis van ‘iemands leven’ voor het eerst aangetroffen in 1714
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek