lever

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlevər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) vitaal orgaan voor opslag van bloed, galproductie en stofwisseling

Etymologie

* In de betekenis van ‘klier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Uitdrukkingen

  • Iets op zijn lever hebben.Met een probleem zitten
  • : lever

Vertalingen

Engelsliver
Fransfoie
DuitsLeber
Spaanshígado
Italiaansfegato
Portugeesfígado
Russischпечень
Chinees肝脏
Japans肝臓
Koreaans간장
Turkskaraciğer
Poolswątroba
Zweedslever
Deenslever