lichaamscultuur

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het trainen/oefenen van het menselijke lichaam
    Sverre was Haralds mentor waar het stijl en lichaamscultuur betrof.
    Een ander zoekt compensatie in fitness, even het lijf afbeulen. Maar dat is niet aan hem besteed: "Het is blijkbaar een grotere kwaliteit om aan lichaamscultuur te doen dan om je geest te voeden. Straks gaan ze ons nog verwijten dat we doodgaan. Dat zit ook in elk bericht dat je beter worteltjes kunt knagen dan een goed glas wijn drinken. En toch: de dood gaapt aan het eind."
  2. de manier waarop men met het eigen lichaam omgaat
    Landauer schrijft verder dat het in Duitsland vrij normaal is om naakt in de natuur te zijn. Het heeft zelfs een naam: de Freikörperkultur, de vrije lichaamscultuur.