lichaam
onzijdig (het)/ˈlɪxam/
Wat is de betekenis van lichaam?
lichaam betekent: (anatomie) het geheel van botten, vlees en organen van een mens of dier
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) het geheel van botten, vlees en organen van een mens of dier
- (figuurlijk), (maatschappij), (organisatiekunde) maatschappelijke organisatie, vaak in wat formelere context
- (figuurlijk), (wetenschap) een hoeveelheid materie met een bepaalde vorm
- (anatomie), (pregnant), (eufemisme) overleden lichaam [1]
Voorbeelden van "lichaam" in een zin
- Mijn lichaam moest zich constant aanpassen aan de lange afstanden en mijn nieuwe levensstijl waardoor ik heel snel steeds weer honger had.
- Een week na haar verdwijning werd haar lichaam gevonden.
Etymologie
*Van Oudnederlands lichamo. Oorspronkelijk een samenstelling van "lijk" en het achtervoegsel -haam, maar werd al snel als een ongeleed woord opgevat. In de betekenis van ‘lijf’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
Uitdrukkingen
- Die zijn lichaam (of zijn lijf) bewaart, bewaart geen rotten appel — Stoett-1381 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
- Iemand het hemd van het lichaam (of lijf) vragen — Stoett-894 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
- Lichaam en ziel — De mens in zijn geheel (d.w.z. zowel het stoffelijke als het onstoffelijke)
- Op zijn lichaam krijgen/Iemand op zijn lichaam geven — Een pak slaag krijgen of geven
- Van zijn lichaam een apotheek maken — Veel medicijnen innemen
- Zijn hart uit zijn lichaam/lijf spuwen — Braken, overgeven [1]
Vertalingen
Engelsbody, body, body
Franscorps, corps, corps
DuitsKörper, Körperschaft, Körper
Spaanscuerpo, cuerpo, cuerpo
Italiaanscorpo, corpo, corpo
Portugeescorpo
Russischтело
Japans体
Koreaans몸
Poolsciało
Zweedskropp
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek