lijf
onzijdig (het)/lɛif/
Wat is de betekenis van lijf?
lijf betekent: (anatomie) het menselijk lichaam
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) het menselijk lichaam
Voorbeelden van "lijf" in een zin
- Hij verzorgde zijn lijf goed.
- Maar net op het moment dat ik mijn vermoeide lijf boven op de tombe wilde leggen, riep Marie-Claire: 'Annet! Kom! Gijs wil iets gaan eten, Giorgos heeft een geweldige taverne gevonden.'
- De adrenaline gierde door mijn lijf omdat, na meer dan een jaar voorbereiding, mijn trektocht van Mexico naar Canada eindelijk begon.
Etymologie
*In de betekenis van ‘menselijk lichaam’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220.
Uitdrukkingen
- Aan het lijf schieten — Snel/Gehaast aantrekken (van kleding)
- Aan mijn lijf geen polonaise — Dat wil ik niet ondergaan, daarvoor laat ik me niet gebruiken
- Een rib uit iemands lijf — Een grote uitgave voor iemand, waar diegene veel van merkt
- Geen draad/hemd meer aan het lijf hebben — In grote armoede zijn vervallen
- Gezond van lijf en leden zijn — Lichamelijk helemaal gezond zijn
- Het vege lijf [trachten te] redden — Zichzelf in een gevaarlijke situatie in veiligheid proberen te brengen
- Iemand de dood op het lijf jagen — Iemand erg laten schrikken, iemand egr bang maken
- Iemand de stuipen op het lijf jagen — Iemand (vaak onnodig) erg bang maken
Vertalingen
Engelsbody
Franscorps
DuitsKörper
Spaanscuerpo
Portugeescuerpo
Poolsciało
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek