licht
onzijdig (het)/lɪxt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) elektromagnetische golven die met het oog kunnen worden waargenomen(met een golflengte van 420-780nm)Een bundel licht van buiten schijnt door de spleet tussen de gordijnen naar binnen.Niemand wist wat dat blauwe licht was geweest, misschien statische energie van de storm of een bolbliksem?
- lamp of andere lichtbronHij deed het licht uit voordat hij naar bed gingMet stramme benen kom ik uit bed en knip het licht aan.
- (figuurlijk) verhelderende openbaring of helder inzichtNa vele jaren vergeefs op school gezeten te hebben zag de jongen eindelijke het licht.
Etymologie
* [2]: (erfwoord) via Middelnederlands "licht" / "lichte" van Oudnederlands "lihto", in de betekenis ‘niet zwaar, gemakkelijk’; aangetroffen vanaf 1177
Uitdrukkingen
- licht in de duisternis — zicht op de oplossing van een moeilijk probleem
- licht aan het eind van de tunnel — einde aan een moeilijke periode
- aan het licht brengen — iets bekend maken wat verborgen was
- tegen het licht houden — grondig beoordelen
- het licht niet onder de korenmaat zetten — meespreken, de eigen mening geven en eigen kennis tonen
- een vriendelijk gezicht brengt overal licht — een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan iemand die nors is
- zo licht als een veertje — haast zonder gewicht
- gewogen maar te licht bevonden — beoordeeld en afgekeurd|t=z
Vertalingen
Engelslight, light, light
Franslumière, clair, léger
DuitsLicht, Lichtquelle, hell
Spaansluz, luz, claro
Italiaansluce, luce, chiaro
Portugeesluz, luz, clara
Russischсвет, свет, бледный
Chinees光
Japans光, 軽い, かるい
Koreaans빛
Turksışık, ışık, soluk
Poolsświatło, oświetlenie, jasny
Zweedsljus, ljus, blek
Deenslys, lys, lyskilde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek