lichten
Betekenis
werkwoord
- (onpr) beginnen licht te wordenHet lichtte al aan de horizon toen hij eindelijk in slaap viel.' Zijn ogen lichten op in het maanlicht.
- (onpr) bliksemenHij zag het lichten in de verte en maakte zich ongerust over het naderende onweer.
- (ov) uit liggende positie opnemen, ophijsen, opheffenDe tegels werden gelicht en het werk kon beginnen.Groot) De krachtmeting tijdens het toernooi had de vorm van een geritualiseerd massagevecht, waarbij het doel was tegenstanders uit het zadel te lichten en gevangen te nemen.
- leegmaken, lossen
- (scheepvaart) bergen van een gezonken schip
Etymologie
* In de betekenis van ‘optillen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236
Uitdrukkingen
- De hand met iets lichten — minder streng zijn dan normaal
- De hielen lichten — er vandoor gaan
- Het anker lichten — ergens vertrekken, weggaan en verder reizen
- Iemand de beurs lichten — van iemand geld stelen/afhandig maken
- Iemand de voet lichten — iemand op gemene manier de baan afnemen
- Iemand uit het zadel lichten — iemand zijn positie doen verliezen, iemand ontslaan
- Iemands doopceel lichten — zeer uitgebreid vertellen/uitzoeken wie iemand is en wat die in het verleden allemaal gedaan heeft
Vertalingen
Engelsshine, empty
Spaansrielar, centellear, vaciar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek