lichterlaaie
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌlɪxtərˈlajə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) gloeiende vlam, felle brand{{ouds
- fel brandend, met uitslaande vlammenZij kenden de aard van dat volk, en begrepen licht, dat er in dit smeulende vuur slechts een enkel zwavelstokje behoefde geworpen te worden om in lichterlaaie vlammen uit te barsten!Toen hij buitenkwam, zag hij het vuur: de grootste stal, die waarin de drie volbloeden stonden, brandde lichterlaaie.
Etymologie
*, waarin "lichter" oorspronkelijke niet de overtreffende trap van "licht" is, maar de datief of genitief, dus letterlijk "(van, met) gloeiende vlam"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek