liefdesdaad
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlivdəzˌdat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de keer dat men de liefde bedrijftHij maakte er een aantekening van maar besefte op hetzelfde moment dat hij zijn concentratie begon te verliezen, met name omdat de liefdesdaad in de kamer boven hem zijn climax leek te naderen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek