lievelingsdichter

mannelijk (de)/ˈlivəlɪŋzˌdɪxtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. letterkunde (letterkunde) schrijver van poëzie die je het meest waardeert
    Een van zijn lievelingsdichters was Bert Schierbeek van wie hij met overtuiging poëzie citeerde, zoals uit De deur (1972): „omdat we samen waren/ en zoveel gelachen hebben dat we/ het nooit zullen vergeten.”
    Ze citeert uit een gedicht van haar lievelingsdichter Osip Mandelstam.