lijken
Wat is de betekenis van lijken?
lijken betekent: (absol) ~ op: uitzien als
Betekenis
- (absol) ~ op: uitzien als
- (copl) naar aanschijn zijn
- bevallen
- (ov) (scheepvaart) met lijken (zoomtouwen) omzomen van zeilen
- een kadaver afleggen ??
Voorbeelden van "lijken" in een zin
- Dit lijkt op een geval van mazelen.
- Dit lijkt fantastisch, maar bij nader aanzien valt het tegen.
- Het leken wel geweerschoten, die steeds dichterbij kwamen.
- Met haar metalen golfplaten dak leek deze plek me niet geschikt om bescherming te bieden, eerder een uitnodiging aan de bliksem om in te slaan.
Betekenis en uitleg van lijken
Het woord 'lijken' verwijst naar het verschijnen of het vertonen van bepaalde kenmerken die op iets anders wijzen. Het kan ook betekenen dat iets of iemand een gelijkenis vertoont met iets of iemand anders, zoals in uiterlijk of gedrag.
Je gebruikt 'lijken' vaak wanneer je een vergelijking maakt of wanneer je een indruk wilt geven van hoe iets eruitziet of aanvoelt. Dit woord heeft een subtiele nuance; het kan zowel letterlijk als figuurlijk worden gebruikt, waardoor het veelzijdig is in verschillende contexten. Bijvoorbeeld, je kunt zeggen dat iemand op een beroemdheid lijkt, maar ook dat een situatie lijkt op iets wat je eerder hebt meegemaakt.
Voorbeelden
- De schilderijen in het museum lijken op die van de beroemde kunstenaar uit de 17e eeuw.
- Het lijkt alsof het gaat regenen; de lucht is donker en dreigend.
- Tijdens het gesprek leek het alsof ze het onderwerp wilde vermijden.
Woordoorsprong
Het woord 'lijken' is verwant aan het Oudnederlandse 'līken', dat ook betrekking had op gelijkenis en verschijning. Het woord heeft zijn oorsprong in de Germaanse talen.
Veelgestelde vragen over lijken
Wat is de betekenis van lijken?
lijken betekent: (absol) ~ op: uitzien als
Hoeveel betekenissen heeft lijken?
lijken heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je lijken in een zin?
Voorbeeld: “Dit lijkt op een geval van mazelen.”
Etymologie
:Oost: : galeikōn