loden
/ˈlodə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (textielindustrie) (kleding) waterdichte, zware dichte wollen stof, doorgaans groen van kleurEcht loden wordt gemaakt van zuiver scheerwol.
werkwoord
- (scheepvaart) (verouderd) de waterdiepte peilen met een dieplood, en eventueel tevens een monster van de bodem nemen door een vetgemaakte holte in de onderkant van het dieploodBij het loden bleef de diepte gelijk evenals de soort opgehaalde grond.
Etymologie
#uit loden vervaardigd
Vertalingen
Engelslead, leaden, loden
Fransde, en plomb, loden, sonder
Duitsbleiern, Loden, peilen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek