loden

/ˈlodə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. textielindustrie, kleding (textielindustrie) (kleding) waterdichte, zware dichte wollen stof, doorgaans groen van kleur
    Echt loden wordt gemaakt van zuiver scheerwol.
werkwoord
  1. scheepvaart, verouderd (scheepvaart) (verouderd) de waterdiepte peilen met een dieplood, en eventueel tevens een monster van de bodem nemen door een vetgemaakte holte in de onderkant van het dieplood
    Bij het loden bleef de diepte gelijk evenals de soort opgehaalde grond.

Etymologie

#uit loden vervaardigd

Vertalingen

Engelslead, leaden, loden
Fransde, en plomb, loden, sonder
Duitsbleiern, Loden, peilen