loer

onzijdig (het)/lur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lokaas, lokmiddel; vooral gebruikt voor een namaakprooi in de valkerij
zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) dom of onhandig persoon
  2. pejoratief (pejoratief) gemeen of listig persoon
  3. waakzame houding waarbij voortdurend wordt gekeken of actie nodig is
  4. misleiding, bedrog, grap

Etymologie

*[werkwoord] loeren zonder de uitgang -en

Uitdrukkingen

  • [3] op de loer liggenvan iets naars dat het gereed is om zomaar te gebeuren
  • [4] iemand een loer draaieniemand lelijk behandelen, lelijk te grazen nemen; iemand vernachelen, iemand beetnemen; iemand bedriegen

Vertalingen

Engelslurk
Fransêtre tapi, être à l'affût
Duitslauern
Spaansestar al acecho