loeris

mannelijk (de)/ˈlurəs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief, verouderd (pejoratief) (verouderd) iemand die dom of lomp is
    Hofdijk mocht wel eens zeggen als je er niet uit kon komen: ‘Ja! wel, lummel, lobbes, loeris, peren met sop, e-vierduiten een kop’! (…)
    Zou ik mij van 't kwaad wijf laten verdouwen,'t Volk zou mij verspouwen.Zij zouden mij voor enen loeris houwen

Etymologie

*van loer , vergelijk "lourd" [https://books.google.nl/books?id=ulFZAAAAcAAJ&lpg=PA79&ots=arO-0WMXlu&dq=loeris&hl=nl&pg=PA78#v=onepage&q=loeris&f=false Beknopt Nederduitsch Taalkundig Woordenboek deel 3, L-Q (1829) Blussé en Van Braam, Dordrecht]; p. 79; geraadpleegd 2017-10-19