lol

mannelijk/vrouwelijk (de)/lɔl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. "plezier", "grap"
    Het leven is niet altijd een lolletje.
    Op 2 juli is het wereld ufo-dag. En hoewel dat meer een lolletje is, maken de Amerikaanse autoriteiten serieus werk van ufo-onderzoek.
  2. verouderd, scheldwoord (verouderd) (scheldwoord) spottende aanduiding voor een persoon

Etymologie

**(m): De precieze herkomst van het scheldwoord is niet duidelijk.

Uitdrukkingen

  • Ik kan mijn lol opIk vind het niet leuk
  • Voor de (zijn/haar, ...) lolOm er plezier uit te halen

Vertalingen

Engelsfun
Fransplaisir, amusement
DuitsSpaß
Spaanscachondeo, juerga, parranda