lol
mannelijk/vrouwelijk (de)/lɔl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- "plezier", "grap"Het leven is niet altijd een lolletje.Op 2 juli is het wereld ufo-dag. En hoewel dat meer een lolletje is, maken de Amerikaanse autoriteiten serieus werk van ufo-onderzoek.
- (verouderd) (scheldwoord) spottende aanduiding voor een persoon
Etymologie
**(m): De precieze herkomst van het scheldwoord is niet duidelijk.
Uitdrukkingen
- Ik kan mijn lol op — Ik vind het niet leuk
- Voor de (zijn/haar, ...) lol — Om er plezier uit te halen
Vertalingen
Engelsfun
Fransplaisir, amusement
DuitsSpaß
Spaanscachondeo, juerga, parranda
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek