loopgips

onzijdig (het)/'lopxɪps/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gipsverband dat om een gebroken been of voet zit en waarmee je kan en mag lopen
    In Amersfoort wist een verdachte van een diefstal op bijzondere wijze aan de politie te ontkomen: op loopgips.de Telegraaf 29 jul. 2017
    De presentatrice brak haar middenvoetsbeentje toen ze de kussens van de tuinstoelen wilde verwisselen. Ze begon met zitgips, en heeft nu loopgips gekregen.de Telegraaf PATRICIA CORTIE 15 nov. 2012

Vertalingen

Engelswalking plaster