looppas

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. rennen maar dan niet op zijn snelst
    De spelers kwamen in looppas het veld op.
    De politie heeft zijn vluchtroute gereconstrueerd. Nieuwe beelden tonen dat hij, deels in looppas, van de luchthaven naar Schaarbeek loopt. De regenjas die hij aanhad op de beelden die vlak na de aanslagen zijn vrijgegeven, heeft hij onderweg weggegooid en is nog niet teruggevonden. NRC 8 april 2016
  2. figuurlijk (figuurlijk) aanmoediging om sneller te gaan
    Hup! hup! in looppas terug naar huis gaan jongens.