loopsnelheid
vrouwelijk (de)/ˈlopsnɛlhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vaart waarmee iemand zich lopend of hardlopend verplaatstFricties tussen techniek en samenleving ontstonden vooral door de eenzijdige machtsverhouding: de klant diende zijn loopsnelheid aan te passen aan de minutieuze stiptheid van de spoorwegen, want treinen wachtten niet op burgers wier horloge een andere dan de spoorwegtijd aangaf.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek