loopvuur

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vuur dat zich horizontaal over een oppervlakte voortplant
    Hamiltons biograaf John Howie beschrijft dat er een loopvuur van buskruit is aangelegd, om zo de brandstapel aan te steken, maar dit mislukt. De ontploffing verzengt slechts een van zijn handen en zijn gezicht. Zo blijft hij staan, totdat er meer buskruit is aangesleept. Reformatorisch Dagblad Jan van ’t Hul 09-12-2014 [https://www.rd.nl/kerk-religie/het-levenseinde-van-de-martelaar-patrick-hamilton-1.435253 Het levenseinde van de martelaar Patrick Hamilton]
  2. het afschieten van geweren door opeenvolgende infanteristen die naast elkaar op een rij staan
    Loopvuur: Een rottenvuur der infanterie, dat op éénen vleugel begint en van daar naar den anderen vleugel loopt; het was in de 18de eeuw hier en daar in gebruik. (1861-1862)–H.M.F. Landolt [https://www.dbnl.org/tekst/land016mili01_01/land016mili01_01_0013.php Militair woordenboek]

Vertalingen

Engelssurface fire