loos
/ɫoʊs/
Wat is de betekenis van loos?
loos betekent: leeg
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- leeg
- schijnbaar, niet werkelijk
- vals, voor de schijn
- ondeugend, aardig
- slim, sluw
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lozen
- gebiedende wijs van lozen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lozen
Voorbeelden van "loos" in een zin
- Een goed kastanjeras geeft weinig loze noten.
- Des winters als het regent / dan zijn de paadjes diep, ja diep. / Dan komt dat loze vissertje / vissen al in dat riet, / ...
- "Daar was laatst een meisje loos."
- Een loze politierechercheur.
- Ik loos.
Etymologie
In de betekenis van ‘leeg’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek