loterij

vrouwelijk (de)/ˌlotəˈrɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een schema waarbij door velen een kleine financiële inzet gedaan wordt, waaruit aan weinigen, door het lot bepaald, een grote som uitgekeerd wordt
    Hij had de loterij gewonnen en was op slag miljonair.

Etymologie

* van loten

Vertalingen

Engelslottery, raffle
Spaanslotería
Turkspiyango