luchtfietser
mannelijk (de)/ˈlʏxtfitsər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) iemand die mooie maar onuitvoerbare plannen maaktEen Europese FBI of CIA bestaat gewoonweg niet. Maar wie het aandurft daar toch op aan te dringen wordt in het beste geval weggezet als luchtfietser, en in het slechtste geval als een tegennatuurlijk bastaardkind van Adolf Hitler en Napoleon Bonaparte.De heer Bouma herinnerde de minister aan tafel, aan de tijd, toen de plannen door hem werden gemaakt en dat hij daarom wel "een luchtfietser" was genoemd.Wetting werd uitgescholden voor "luchtfietser" De beteekenis van dit scheldwoord is niemand recht duidelijk; in ieder geval vertelde Wetting naar aanleiding van deze betiteling aan verdachte, dat hij "geen heer was".
- (luchtvaart) iemand die vliegt in een toestel dat met de kracht van de eigen benen wordt aangedrevenVliegend op een hoogte van vijf meter boven het zee-oppervlak heeft de luchtfietser een afstand van 119 kilometer af te leggen naar het eiland Santorini dat ten noorden van Kreta in de Middellandse Zee ligt.Voorts verklaarde hij: "de luchtfietser zal gaan waarheen hij verkiest, zonder last te hebben van hondengeblaf, bandenpech op een, laat ons zeggen, 150 voet hoogte, vanwaar het geheele landschap immer te zien is."
Etymologie
**[2] aangetroffen vanaf 1923 (zie vindplaats hieronder, waarbij nog wel sprake is van motoraandrijving); pas in de jaren zeventig van de 20e eeuw waren er, na de ontwikkeling van nieuwe sterke, maar lichte materialen, succesvolle "luchtfietsers", maar toen had het woord inmiddels een meestal pejoratieve betekenis gekregen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek